Kaart en Kompas
1. De kaart
2. Hoogte
3. Het kompas
4. Kaart op het noorden leggen
5. Het bepalen van de koers
6. Het bepalen van de positie
7. Hoekmeting
8. Miswijzing corrigeren
9. Van de kaart naar het terrein
10. Van het terrein naar de kaart
11. Projectie
12. UTM vierkantennet

4. Kaart op het noorden leggen

Op een kaart ligt het noorden altijd aan de bovenrand. De verticale (paarse) lijnen op de kaart zijn noord/zuid-lijnen. Om er voor te zorgen dat we de kaart niet ‘op de kop’ houden kunnen we de kaart ‘op het noorden leggen’. Volg hiervoor de volgende stappen:

  • Leg het kompas op een willekeurige plaats op de kaart;
  • Draai de kaart net zolang tot de rode kompasnaald naar de bovenkant van de kaart wijst;
  • De naald loopt nu evenwijdig aan de noord/zuid-lijnen op de kaart.

De noordkant van de kaart wijst nu naar het magnetisch noorden. De richtingen op de kaart komen overeen met de richtingen in werkelijkheid.

Kaart op Noorden leggen.jpg (27087 bytes)

Ga naar vorige pagina Ga naar volgende pagina